Zelfs voor de grap angst aanjagen

Overgeleverd door ‘Abd l-Rahmān bin Abī Laylā (r.a): De profeet van Allāh ﷺ zei: “Het is niet halal voor een Muslim om een Muslim bang te maken.”

Abu Dawud én Sahīh Ibn Hibbān

Deze hadīth is door Muḥammad Jalāl al-Dīn al-Suyūṭī (d. 911) opgenomen in zijn hadīthcompilatie ‘Al-Jāmi‘ al-Ṣaghīr’. In de 11de eeuw heeft de Egyptische geleerde Shaykh ‘Abd al-Ra‘ūf Muḥammad al-Munāwī (d. 1031) de hadīthcompilatie van al-Suyūṭī voorzien van exegese (Sharḥ). Deze Sharḥ-studie van al-Munāwī is bekend onder de titel ‘Fayd al-Qadīr’.

In deze Sharḥ nuanceert al-Munāwī deze hadīth en gaat verder in op de reikwijdte en diepte van het werkwoord term [rawwa’a] nader uit als:

Het angst aanjagen ook al is de [intentie] om het voor de grap te doen/of iemand voor de gek te houden zoals:
1. Het zwaaien of wijzen met een zwaard
2. Of met een ijzeren object
3. Of een slang
4. Of goederen die aan iemand anders toe behoren, af te pakken met als doel de eigenaar ‘het gevoel’ te geven dat hij zijn bezittingen kwijt of verloren is. [Rekening houdend] met de feit dat en een risico bestaat dat er schade kan worden toegebracht aan de goederen.

Shaykh al-Munāwī verwijst tevens naar twee overleveringen. De eerste overlevering heeft betrekking op de plicht onderling de verbale én non-verbale veiligheid te waarborgen. De Muslim is diegene door wiens tong en hand de [overige] Muslims zijn veiliggesteld.

In de tweede overlevering wordt een voorbeeld uit de praktijk gehaald waaruit onomstotelijk blijkt dat het angst aanjagen niet is toegestaan, ook al is het onschuldig bedoeld. Deze gebeurtenis is tevens de aanleiding geweest voor de Profeetﷺ om te zeggen: “Het is niet halal voor een Muslim om een Muslim bang te maken.”

Er is overgeleverd door een groep van de Sahābah (r.a) liepen samen met de Profeetﷺ én [onderweg] viel er een man [uit de groep] van hen in slaap. Dus een van hen ging weg om een touw te zoeken én pakte het vervolgens met zich én zaaide daarmee angst bij hem [de slapende]. Vervolgens verkondigde Boodschapper van Allāh ﷺ het [d.w.z. de hadīth].

Een muslim dient een persoon te zijn, waarvan mensen verbaal én non-verbaal kunnen vertrouwen. Andere muslims moeten hem/haar met handelingen en uitspraken kunnen vertrouwen dat er aan hen geen schade toebrengt.
De karakter van de muslim – namelijk het waarborgen van de innerlijke en uiterlijke veiligheid- raakt in het geding. Daarom wordt het ook niet op prijs gesteld wanneer men, ook al is het voor de grap, mensen bang maakt of zelfs hun voorliegt door heb te enthousiasmeren voor iets wat er feitelijk niet is ook wel blij maken met een dode mus.
De Boodschapper van Allāh ﷺ heeft dit niet slechts ongewenst gevonden, maar verboden voor de moslim!

Shaykh ‘Abd al-Ra‘ūf Muḥammad al-Munāwī | Fayd al-Qadīr | Vol 6| Dār ul-Kitāb al-Ilmīyyah| Beiroet: 2001| pg. 550.

https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=633588930501040&id=230002024193068

Qul: Huwa-llāhu Aḥad

[Qul: Huwa-llāhu Aḥad]
Zeg: “Hij is Allāh, de Enige.” (Sūrah al-Ikhlāṣ 112:1)
 
[Huwa]: persoonlijk voornaamwoord “Hij” als een majesteitelijke verwijzing naar Allāh en tevens het hoofdonderwerp van deze zin, ookwel het eerste onderwerp. Het voornaamwoord [Huwa] neemt een bijzondere positie in dit Vers, omdat het hoofdonderwerp al datgene omvat wat erna wordt vermeld en dit geldt voor de hele Sūrah. Dit hoofdonderwerp is iets grootst, iets almachtigs en iets onmetelijks! De Awliyā’ hebben genoeg aan deze informatie [Huwa], want [Huwa] betekent (impliciet) voor hen niets anders dan een unieke verwijzing naar Allāh met al Zijn Prachtige Schone Namen, Eigenschappen – en de implicaties en effecten van de Schone Namen op het hart. De Awliyā’ hebben hun harten leeggemaakt van het hele bestaan, zodat er niets anders in over blijft dan [Huwa].
 
[Allāhu]: tweede onderwerp van de zin en de majesteitelijke Allāh’s eigennaam, de naam van de goddelijke essentie. In de naam van Allāh zijn alle goddelijke eigenschappen en attributen opgenomen. De naam Allāh herkent iedereen en is voor iedereen zichtbaar met duidelijke tekenen uit de schepping dat Hij, Allāh de Schepper is van het hele bestaan. Dus, in feite niet te ontkennen en [h]erkenbaar voor iedereen.
 
[Aḥad]: het gezegde van de zin en berichtgeving van het tweede onderwerp van dit Vers. [Aḥad] “Enige” zegt iets over het onderwerp. Hier wordt duidelijk met het tweede onderwerp [Allāhu], dat Allāh de Enige is en waar geen tweede van bestaat, en wel absoluut uitgesloten door de implicatie van het telwoord [Aḥad]. Want het telwoord [Aḥad] de “Enige” is de absolute uitsluiting van twee of meer. Deze berichtgeving [Aḥad] “Enige” is een duidelijk kenmerk voor een ware gelovige, en zal dit nooit en te nimmer ontkennen.
 
[Qul]: werkwoord gebiedende wijs “zeg!” en het persoonlijk voornaamwoord (van het werkwoord) is impliciet en verwijst naar de aangesprokene aan wie dit prachtige bevel met de grootste eer gegeven is: [Anta] “jij – O Mohammed” ﷺ, zeg: ‘Hij is Allāh, de Enige.’”
 
Reminder:
 
Sta eens stil bij jouw recitatie;
Dat Allāh Spreekt tot Zijn creatie.
 
Maar eerst naar Zijn meest geliefde;
En zijn hart spiritueel doorkliefde. ﷺ
 
Met Āyāt volledig gepresenteerd;
En wel chirurgisch gefragmenteerd.
 
Omgeven door soms wel duizenden –
De hemel afgezet met – engelen.
 
De Qur’ān, reflecteer, en sta eens stil;
Jouw recitatie een gunst met Zijn Wil.
 
Dus de recitatie is een gesprek;
Met Allāh persoonlijk bij uitstek.
 
Een weerspiegeling van de geaardheid;
Van onze Boodschapper met de waarheid. ﷺ
 
Je zult de betekenis van [Huwa-llāhu Aḥad] nooit waarderen totdat je de betekenis van [Qul] die eraan voorafgaat waardeert ﷺ.
 
(Gedichtje: De ziel en de maan, dichtregels 300-306, pp. 54. Uitgeverij Boekscout Soest 2019)
Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Wat is zielszuivering in ieder geval niet?

Taṣawwuf, Soefisme, Iḥsān, Tazkiyyah met andere woorden zielszuivering ofwel werken aan je spiritueel gedrag is… in ieder geval niet:

• spirituele dromen hebben
• de hele dag met een Tasbiḥ-ketting in je handen rondlopen
• in de nacht lofliederen over de Profeet ﷺ zingen
• zogenaamde spirituele teksten op social media verspreiden
• opscheppen over je Ṭarīqah (Soefi-orde)
• denken dat je een islamitische autoriteit bent
• aan de lopende band foto’s van je shaykh online plaatsen
• dagdromen dat je ooit een Waliyyu-llāh zult zijn
• een abonnement hebben van een Sufi-kanaal op YouTube
• in het weekend een tulband dragen
• de gedichten van Rūmī quoten en leuk inframen op Instagram
• broodmager over straat lopen met gaten in je sokken alsof je de wereld hebt verlaten

Wat zielszuivering ofwel werken aan je spiritueel gedrag… in ieder geval wel is:

• je Wuḍū’ perfect verrichten en je mentaal voorbereiden op het gebed
• je gebeden elke dag op tijd bidden (en hiervoor alles in de strijd gooien)
• in de moskee bidden (voornamelijk voor mannen)
• extra daden van aanbidding verrichten (denk aan Nawāfil-gebeden, Dhikr, Qur’ān lezen, etc.)
• de overige pilaren van de Islām naar het beste vermogen naleven
• de absolute basis van de Islām bestuderen en de perfectie hierin zoeken
• stilstaan bij elk woord wat jij zegt en bewust zijn van de consequenties
• stilstaan bij jouw gedrag – jij bent een visitekaartje voor onze religie
• goed zijn voor je buren (alle 40 huizen in een straal om je heen zijn jouw buren)
• mensen in nood helpen
• in de avond de rekening opmaken over je daden van de dag
• berouw tonen voor je zonden
• geduld tonen in moeilijke tijden
• dankbaarheid tonen in goede tijden (en in moeilijke tijden)
• je verantwoordelijkheden nakomen voor je gezin
• je vrouw ondersteunen in het huishouden en haar liefkozen
• je man ondersteunen in het huishouden en hem liefkozen
• hard werken aan je huwelijk
• werken en niet thuis zitten uitkering vangen (voor gezonde mannen)
• een goed voorbeeld zijn voor je kinderen
• je kinderen de basis leren met de normen en waarden van de Islām
• een Shaykh zoeken en je spiritueel laten begeleiden
• iets betekenen voor de Ummah (en niet alleen door een Facebook pagina te starten)

In werkelijkheid ben je niemand als persoon, maar wel oprecht in je daden omwille van Allāh.

(Notitie: Een aantal zaken in het eerste gedeelte opgenoemd zoals Tasbiḥ en lofliederen kunnen wel toegestaan zijn en zelfs sterk aanbevolen, maar het is niet voldoende of het representeert niet de zielszuivering opzich. Er is allereerst een basis nodig en deze noem ik op in het tweede gedeelte)