De zoetheid van het reciteren

Voor degene die de zoetheid van het reciteren;
Nog niet heeft geproefd, moet eens proberen.

Om de Qur’ān eens met regelmaat uit te lezen;
Begin eens met vijf per dag wat heb je te vrezen?

Na veertig dagen stap je over op tien pagina’s;
Alles volgens een strak plan, want zo blijf je de baas.

De veertig daarop, twintig van die prachtige zijden;
Wat een Gunst van Allāh in die bijzondere tijden.

Iedereen leest dus op zijn eigen niveau en tempo;
Dit is zijn band met Allāh en maak alvast een memo.

Dat Allāh de Enige is die weet welke snaren;
Banden versterken tussen Hem en Zijn dienaren.

De zoetheid komt pas vrij tijdens het reciteren;
Zoals bij de gebeden vanwege het concentreren.

De Qur’ān leidt naar dat wat juist is en verkondigd;
Zowel Verheugde Tijdingen als Zijn Aangezicht.

Wel, plezier hebben in de daden van aanbidding;
Is een waarlijk wonder, dus meng je in deze kring.

Maar de daden van aanbidding kunnen verrichten;
Is een werkelijke gunst van Allāh in vele opzichten.

Het gebed is de grootste Dhikr en het reciteren;
Van de Qur’ān in het gebed is om te reflecteren.

Laat je niet van de wijs brengen en demotiveren;
En je weerhouden van spiritueel articuleren.

[Fragment: Het zoemende volk]
Zakariya Bosmans

Mijn relatie met de Qur’ān

Titel les: Mijn relatie met de Qur’an

• First things first – al het noodzakelijke als eerste zowel sociaal als spiritueel
• Orde en netheid in je huis
• Fysieke en spirituele reinheid
• Discipline
• Juiste mindset
• Verloren tijd op je tablet/smartphone
• Keuzes maken: reciteren- , overpeinzen- of memoriseren van de Qur’an?
• Hoeveel pagina’s zou je moeten lezen per dag?
• Timemanagement en leesschema’s
• Waarom wil je dit? Zuivere intentie

De edele Qur’ān bevat kennis van het eerste en het laatste

‘Allāmah Zarkashī (1392 CE/794 AH) zei in al-Burhān (fi ʻulūm al-Qur’ān):

“De edele Qur’ān bevat kennis van het eerste en het laatste en er is niets dat er niet uit afgeleid kan worden voor degene aan wie Allāh onderscheidend vermogen geeft. Eén van hen ontdekte zelfs een verwijzing naar de levensduur van de Profeet ﷺ – van drieënzestig jaar in Allāh’s Woord in Sūrah al-Munāfiqūn: [‘En Allāh verleent geen ziel uitstel wanneer haar tijdstip is aangebroken.’ (63:11)] omdat deze zich aan het einde van het drieënzestigste hoofdstuk bevindt.”
_______________
Imam ‘Abdullah Sirajuddin al-Huseyni, Onze Meester Mohammed, de Boodschapper van Allah, Deel 1, vertaald door Harun Verstaen (Uitgeverij De Pons, eerste uitgave, Juni 2013), Hoofdstuk III: Zijn Verheven Status, pp. 136.

Geen fotobeschrijving beschikbaar.