Korte I’rāb (grammaticale zinsontleding)

Bismi llāhi r-Raḥmāni r-Raḥīmi

In de naam van Allah, de Geheel Barmhartige, de Meest Genadevolle.

al-Ḥamdu lillāhi Rabbi l-‘Ālamīna

(Alle) lof aan Allah, de Heer der werelden.

I’rāb (grammaticale zinsontleding):

“In de naam van…”: [ Bismi ] genitief voorzetsel met vaststaande bouw (onveranderlijk van vorm) & zelfstandig naamwoord in genitief met het zichtbare verbuigingskenmerk de i-klinker. Het zelfstandig naamwoord is een deelgenoot van de bezitsrelatie (genitiefconstructie). Het werkwoord “van” is impliciet aanwezig (fi’l muqaddir).

“Allah”: [ llāhi ] majesteitelijke eigennaam van Allah, zelfstandig naamwoord in genitief met het zichtbare verbuigingskenmerk de i-klinker als gevolg van de bezitsrelatie (genitiefconstructie). De dader van het werkwoord “van” is weggelaten (fā’il maḥdhūf).

“de Geheel Barmhartige”: [ r-Raḥmāni ] één van de Schone Namen van Allah, bijvoeglijk naamwoord in genitief met het zichtbare verbuigingskenmerk de i-klinker als ‘volger’ van de voorgaande status (bezitsrelatie) in genitief. Het zelfstandig naamwoord “de Geheel Barmhartige” [ r-Raḥmāni ] valt op het patroon (wazn): fa’lān dat een voorbijgaande eigenschap aangeeft voor een specifieke periode en het is een element van universaliteit.

“de Meest Genadevolle”: [ r-Raḥīmi ] één van de Schone Namen van Allah, bijvoeglijk naamwoord in genitief met het zichtbare verbuigingskenmerk de i-klinker als ‘volger’ van de voorgaande status (bezitsrelatie) in genitief. Het zelfstandig naamwoord “de Meest Genadevolle” [ r-Raḥīmi ] valt op het patroon (wazn): fa’īl dat een voortdurende eigenschap aangeeft voor een specifiek(e) doel(groep).

“(Alle) lof”: [ al-Ḥamdu ] het onderwerp, zelfstandig naamwoord in nominatief met het zichtbare verbuigingskenmerk de u-klinker. De karakters van bepaaldheid (Alif & Lām) geven in dit geval de alomvattendheid aan van het verbaal substantief [ al-Ḥamdu ] dat de lofprijzing naar Allah absoluut is.

“…aan Allah”: [ lillāhi ] genitief voorzetsel met vaststaande bouw (onveranderlijk van vorm) & majesteitelijke eigennaam van Allah, zelfstandig naamwoord in genitief met het zichtbare verbuigingskenmerk de i-klinker – verbonden aan het gezegde dat feitelijk weggelaten is. Enerzijds is het gezegde noodzakelijk en ‘impliciet’ aanwezig vanwege de aanwezigheid van het onderwerp. Dit wordt opgevangen/vervangen door (het volgende deel uit de zin) het predicaat:

“de Heer der werelden”: [ Rabbi l-‘Ālamīna ] het predicaat (niet-enkelvoud gezegde) van het reeds genoemde onderwerp “(Alle) lof” [ al-Ḥamdu ].

“de Heer…”: [ Rabbi ] Attribuut van Allah, bijvoeglijk naamwoord in genitief met het zichtbare verbuigingskenmerk de i-klinker, als substituut van “Allah” bij: “…aan Allah” [ lillāhi ] als ‘volger’ van de voorgaande status (voorzetsel) in genitief. Het bijvoeglijk naamwoord is een deelgenoot van de bezitsrelatie (genitiefconstructie).

“der werelden”: [ l-‘Ālamīna ] zelfstandig naamwoord in genitief met het zichtbare verbuigingskenmerk het karakter Yā` als gevolg van de bezitsrelatie (genitiefconstructie). Het karakter Yā` is een kenmerk van het gezond mannelijk meervoud (bij genitief en accusatief). En “der” is het genitief meervoud van de bepaalde lidwoorden (de, het).

Ik kan helaas geen Arabisch en Nederlands script tegelijk gebruiken. De tekst gaat dan in z’n geheel aan de rechterzijde staan en ziet onoverzichtelijk uit.

Het is mijn grote wens om de gehele Koran op deze wijze te ontleden en in boekvorm uit te brengen. Het is een tijdrovende klus, maar wel erg leerzaam. De bovenstaande ontleding is de traditionele wijze zoals het in het Arabisch gedaan wordt. Het kan zelfs nog uitgebreider.

De definities die ik hierboven heb gebruikt komen ook voor in mijn vertaling van al-Ājurrūmiyyah.

https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=8830

Syntaxis [naḥw] is de vader en morfologie [ṣarf] is de moeder

Syntaxis [naḥw] is de vader en morfologie [ṣarf] is de moeder – van de Arabische taal [bint ‘Adnān]. De grammaticale ontleding [i’rāb] is als het skelet. De wetenschap van het herleiden van woorden oftewel etymologie [‘ilm al-ishtiqāq] is zoals het bloedvatenstelsel. Linguïstiek en retoriek [al-balāghah] zijn zoals haar ziel en geest.

Een reminder voor jou en mij:

Degene die zich niet dwingt om deze wetenschappen grondig te bestuderen, zal nooit kunnen duiken in deze diepe eloquente oceaan. Je blijft slechts aan het wateroppervlak wat rondsnorkelen waardoor je vele belangrijke aspecten van de Islam niet volledig zult bevatten. Zoals geleerden bijvoorbeeld zeggen: “Hoe beter jouw begrip in de Arabische taal, des te beter jouw begrip in Fiqh (jurisprudentie).”

In de creatie van Allah begunstigt Hij dingen boven andere dingen. Bijvoorbeeld van de 365 dagen in het jaar begunstigt Hij één nacht meer dan de rest van het jaar, Laylatu l-Qadr (de Nacht van de Ordening).

Van de 12 maanden in het jaar begunstigt Hij één maand meer dan de rest van het jaar, de maand Ramaḍān.

Van de 7 dagen in de week begunstigt Hij één dag meer dan de rest van alle dagen in de week, Yawmu l-Jumu’ah (de vrijdag).

Van de 4 boeken die zijn geopenbaard begunstigt Hij één boek boven alle boeken en geschriften, al-Qur’ān (de Koran).

Van de 124.000 profeten die zijn gezonden naar de mensheid begunstigt Hij één profeet boven alle profeten en boodschappers, onze meester Muḥammad, ṣalla llāhu ‘alayhi wa sallam.

Van de 7.000 talen in de wereld is er één taal die Hij meer begunstigt boven alle talen, al-Lughatu l-‘Arabiyyah (de Arabische taal).

Allah zegt in de Koran:

[Innā Anzalnā-hu Qur’ānan ‘Arabiyyan La’allakum Ta’qilūn]

“Waarlijk Wij, Wij hebben het (boek) neergezonden als een Arabische Recitatie, opdat jullie, jullie het zullen begrijpen.” (Sūrah Yūsuf 12:2)

Afbeelding kan het volgende bevatten: binnen

Al-Kalām (spraak)

Spraak is een informatieve uiting samengesteld volgens het gebruik. En deze bestaat uit drie onderdelen: een zelfstandig naamwoord, een werkwoord, en een partikel dat bijdraagt aan de betekenis (als onderdeel van de zin).

Al-Kalām (spraak) bestaat uit vier essentiële elementen, namelijk:

1. Al-Lafẓ (uiting)
2. al-Murakkab (samengesteld uit twee of meer woorden)
3. al-Mufīd (informatief, nuttig, begrijpbaar)
4. Bil-Waḍ’ (volgens het gebruik van de Arabische taal)

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst

Deze vier essentiële zaken mogen niet ontbreken. Anders spreken we niet meer over Kalām, maar over vier aparte onderdelen van de productie van Kalām.

Het woord Lafẓ (uiting) apart gezien verwijst naar elk geluid geproduceerd met de letters van het alfabet, ongeacht welke taal. Elke vorm van communicatie waarbij er geen sprake is van het spreken of een non-verbaal teken (zoals met de vinger iets aanwijzen) is uitgesloten van deze definitie. Iets aanwijzen met de vinger is een vorm van communicatie, maar geen Lafẓ (uiting).

Lafẓ is afgeleidt van het werkwoord La-fa-ẓa en betekent: “uitblazen, uitspreken, uitspuwen, wegwerpen, weggooien”

Een taalkundig voorbeeld hiervan is:

Akalat ath-Thamaratha wa Lafaẓat an-Nawāta

“Zij at het fruit en gooide de pitten weg.”

Of anders vertaald: “Zij at het fruit en spuwde de pitten uit.”

Lafaẓat “zij gooide weg” of “spuwde uit” (werkwoord: La-fa-ẓa met het stilteleesteken als kenmerk van het werkwoord derde persoon verleden tijd – vrouwelijk enkelvoud)

Je zou dus kunnen stellen dat het werkwoord La-fa-ẓa dan ook betekent: “het eruit gooien of werpen van woorden.”
_____________________________

Ben je nog niet in het bezit van de vertaling? Er zijn al meer dan 200 stuks verkocht al-Ḥamdulillāh! Bestel hier jouw exemplaar:

https://www.boekscout.nl/shop2/zoeken.php…