Qul: Huwa-llāhu Aḥad

[Qul: Huwa-llāhu Aḥad]
Zeg: “Hij is Allāh, de Enige.” (Sūrah al-Ikhlāṣ 112:1)
 
[Huwa]: persoonlijk voornaamwoord “Hij” als een majesteitelijke verwijzing naar Allāh en tevens het hoofdonderwerp van deze zin, ookwel het eerste onderwerp. Het voornaamwoord [Huwa] neemt een bijzondere positie in dit Vers, omdat het hoofdonderwerp al datgene omvat wat erna wordt vermeld en dit geldt voor de hele Sūrah. Dit hoofdonderwerp is iets grootst, iets almachtigs en iets onmetelijks! De Awliyā’ hebben genoeg aan deze informatie [Huwa], want [Huwa] betekent (impliciet) voor hen niets anders dan een unieke verwijzing naar Allāh met al Zijn Prachtige Schone Namen, Eigenschappen – en de implicaties en effecten van de Schone Namen op het hart. De Awliyā’ hebben hun harten leeggemaakt van het hele bestaan, zodat er niets anders in over blijft dan [Huwa].
 
[Allāhu]: tweede onderwerp van de zin en de majesteitelijke Allāh’s eigennaam, de naam van de goddelijke essentie. In de naam van Allāh zijn alle goddelijke eigenschappen en attributen opgenomen. De naam Allāh herkent iedereen en is voor iedereen zichtbaar met duidelijke tekenen uit de schepping dat Hij, Allāh de Schepper is van het hele bestaan. Dus, in feite niet te ontkennen en [h]erkenbaar voor iedereen.
 
[Aḥad]: het gezegde van de zin en berichtgeving van het tweede onderwerp van dit Vers. [Aḥad] “Enige” zegt iets over het onderwerp. Hier wordt duidelijk met het tweede onderwerp [Allāhu], dat Allāh de Enige is en waar geen tweede van bestaat, en wel absoluut uitgesloten door de implicatie van het telwoord [Aḥad]. Want het telwoord [Aḥad] de “Enige” is de absolute uitsluiting van twee of meer. Deze berichtgeving [Aḥad] “Enige” is een duidelijk kenmerk voor een ware gelovige, en zal dit nooit en te nimmer ontkennen.
 
[Qul]: werkwoord gebiedende wijs “zeg!” en het persoonlijk voornaamwoord (van het werkwoord) is impliciet en verwijst naar de aangesprokene aan wie dit prachtige bevel met de grootste eer gegeven is: [Anta] “jij – O Mohammed” ﷺ, zeg: ‘Hij is Allāh, de Enige.’”
 
Reminder:
 
Sta eens stil bij jouw recitatie;
Dat Allāh Spreekt tot Zijn creatie.
 
Maar eerst naar Zijn meest geliefde;
En zijn hart spiritueel doorkliefde. ﷺ
 
Met Āyāt volledig gepresenteerd;
En wel chirurgisch gefragmenteerd.
 
Omgeven door soms wel duizenden –
De hemel afgezet met – engelen.
 
De Qur’ān, reflecteer, en sta eens stil;
Jouw recitatie een gunst met Zijn Wil.
 
Dus de recitatie is een gesprek;
Met Allāh persoonlijk bij uitstek.
 
Een weerspiegeling van de geaardheid;
Van onze Boodschapper met de waarheid. ﷺ
 
Je zult de betekenis van [Huwa-llāhu Aḥad] nooit waarderen totdat je de betekenis van [Qul] die eraan voorafgaat waardeert ﷺ.
 
(Gedichtje: De ziel en de maan, dichtregels 300-306, pp. 54. Uitgeverij Boekscout Soest 2019)
Geen fotobeschrijving beschikbaar.

Wat is zielszuivering in ieder geval niet?

Taṣawwuf, Soefisme, Iḥsān, Tazkiyyah met andere woorden zielszuivering ofwel werken aan je spiritueel gedrag is… in ieder geval niet:

• spirituele dromen hebben
• de hele dag met een Tasbiḥ-ketting in je handen rondlopen
• in de nacht lofliederen over de Profeet ﷺ zingen
• zogenaamde spirituele teksten op social media verspreiden
• opscheppen over je Ṭarīqah (Soefi-orde)
• denken dat je een islamitische autoriteit bent
• aan de lopende band foto’s van je shaykh online plaatsen
• dagdromen dat je ooit een Waliyyu-llāh zult zijn
• een abonnement hebben van een Sufi-kanaal op YouTube
• in het weekend een tulband dragen
• de gedichten van Rūmī quoten en leuk inframen op Instagram
• broodmager over straat lopen met gaten in je sokken alsof je de wereld hebt verlaten

Wat zielszuivering ofwel werken aan je spiritueel gedrag… in ieder geval wel is:

• je Wuḍū’ perfect verrichten en je mentaal voorbereiden op het gebed
• je gebeden elke dag op tijd bidden (en hiervoor alles in de strijd gooien)
• in de moskee bidden (voornamelijk voor mannen)
• extra daden van aanbidding verrichten (denk aan Nawāfil-gebeden, Dhikr, Qur’ān lezen, etc.)
• de overige pilaren van de Islām naar het beste vermogen naleven
• de absolute basis van de Islām bestuderen en de perfectie hierin zoeken
• stilstaan bij elk woord wat jij zegt en bewust zijn van de consequenties
• stilstaan bij jouw gedrag – jij bent een visitekaartje voor onze religie
• goed zijn voor je buren (alle 40 huizen in een straal om je heen zijn jouw buren)
• mensen in nood helpen
• in de avond de rekening opmaken over je daden van de dag
• berouw tonen voor je zonden
• geduld tonen in moeilijke tijden
• dankbaarheid tonen in goede tijden (en in moeilijke tijden)
• je verantwoordelijkheden nakomen voor je gezin
• je vrouw ondersteunen in het huishouden en haar liefkozen
• je man ondersteunen in het huishouden en hem liefkozen
• hard werken aan je huwelijk
• werken en niet thuis zitten uitkering vangen (voor gezonde mannen)
• een goed voorbeeld zijn voor je kinderen
• je kinderen de basis leren met de normen en waarden van de Islām
• een Shaykh zoeken en je spiritueel laten begeleiden
• iets betekenen voor de Ummah (en niet alleen door een Facebook pagina te starten)

In werkelijkheid ben je niemand als persoon, maar wel oprecht in je daden omwille van Allāh.

(Notitie: Een aantal zaken in het eerste gedeelte opgenoemd zoals Tasbiḥ en lofliederen kunnen wel toegestaan zijn en zelfs sterk aanbevolen, maar het is niet voldoende of het representeert niet de zielszuivering opzich. Er is allereerst een basis nodig en deze noem ik op in het tweede gedeelte)

Drie soorten kennis

Er zijn drie soorten kennis: – van Allāh, – met Allāh en – over Allāh.

Kennis over Allāh is de wetenschap over Gnosis “het kennen” (‘Ilm al-Ma’rifah) waar Hij bekend is bij Zijn Profeten en Awliyā’. Het kan niet worden verkregen met gewone middelen, maar is het resultaat van Goddelijke leiding en informatie.

Kennis van Allāh is de wetenschap over de Heilige Wetgeving (‘Ilm ash-Shari’ah) die Hij ons heeft opgelegd en verplicht heeft gesteld.

Kennis met Allāh is de wetenschap over de (mystieke) “stations” en het “pad” en de gradaties van de Awliyā’.

Gnosis “het kennen” is onbetrouwbaar zonder acceptatie van de Heilige Wetgeving en de Heilige Wetgeving wordt niet correct toegepast tenzij de (mystieke) “stations” (Maqāmāt) zich manifesteren.

Het is veel makkelijker voor een mens om over vuur te lopen, dan de weg van kennis te volgen. Een onwetend hart zal duizend keer gemakkelijker de brug (Ṣirāṭ) oversteken dan een enkel stukje kennis te leren. Een zondaar zet liever zijn tent op in de Hel dan één onderdeel van kennis in praktijk te brengen. Derhalve moet je kennis leren en daarin de perfectie zoeken. De perfectie van menselijke kennis is onwetendheid in Goddelijke kennis. Je moet genoeg weten om te weten dat je het niet weet. Dat wil zeggen, menselijke kennis is alleen mogelijk voor de mens, en mensheid is de grootste barrière die hem scheidt van goddelijkheid.

‘Alī b. ‘Uthmān al-Jullābī al-Hujwīrī, Kashf al-Maḥjūb (The Revelation of the Veiled), pp. 16-18.

Het (mystieke) station (Maqām)

Het station is “de goede manieren” die de dienaar van Allāh zich realiseert nadat hij het is binnengegaan. Hij kan het bereiken door middel van zijn eigen acties en door te voldoen aan de vereisten van (gezamenlijke) inspanning en zelfopgelegde kritiek met reflectie in het aanbidden van Allāh. Het station van een persoon geeft aan waar hij op dat moment staat qua spirituele ontwikkeling ofwel geeft dit zijn niveau aan van zelfdiscipline die hij oefent om het te verkrijgen. Een voorwaarde voor het station is dat je niet van het ene station naar het volgende kunt gaan tenzij je aan de vereisten van het eerste hebt voldaan. Bijvoorbeeld, als je het station van tevredenheid/zekerheid/overtuiging (Qanā’ah) niet beheerst, kun je het station van het ware vertrouwen in Allāh (Tawakkul) niet bereiken; als je het vertrouwen in Allāh niet beheerst, kun je het station van ware onderwerping (aan de Goddelijke Wil) niet bereiken. Evenzo, degene die het station van berouw (Tawbah) niet beheerst,(*) zal het station van terugkeren naar Allāh in berouw niet verkrijgen (Inābah).

Abū al-Qāsim al-Qushayri, Al-Qushayri’s Epistle on Sufism – ar-Risālah al-Qushayriyyah fī ‘ilm at-Taṣawwuf, pp. 77.

(*) D.w.z. de condities van berouw: spijt, de zonde verlaten, de intentie aannemen om de zonde niet meer te herhalen en het goedmaken of de schade herstellen.