Iets komt altijd voort uit iets en uit niets helemaal niets

Een kind kan de vraag stellen: als ik uit mijn moeder kom, waar komt mijn moeder dan vandaan? Nou, uit oma natuurlijk. En oma dan? Uit overgrootmoeder uiteraard. Zo kan een kind verder blijven vragen. Het gesprek zal dan verder teruggaan in het verleden, totdat we bij het ontstaan van de eerste diersoorten uitkomen. Uiteindelijk kan het kind de vraag stellen naar de herkomst van de aarde zelf. En zo komen we uit bij het verhaal van de sterren en de planeten. Maar het heelal dan? Waar komt dat vandaan? Deze vraag zal hoe dan ook op enig moment bij het kind opkomen. God, zal de ene ouder antwoorden. Niets, zal een ander zeggen. Maar bij dat laatste antwoord zal menig kind toch de wenkbrauwen fronsen. Want alles wat het kent, komt uit iets voort en dan zou dat alles plotseling uit niets voortkomen?

Zo’n kind volgt een eenvoudige redenering, die echter nauwelijks is te weerleggen. Het gaat uit van bepaalde wetmatigheden dat het ziet in de wereld en redeneert van daaruit verder. En dit is een zogeheten kosmologisch godsargument.

Kosmologische godsargumenten voor het bestaan van God beginnen bij de structuur van de werkelijkheid. Daarvanuit beargumenteer je dan dat er een eerste oorzaak van de werkelijkheid moet zijn. Dat is iets wat zelf niet veroorzaakt is en (in)direct alles wat buiten zichzelf bestaat heeft veroorzaakt. Het is de uiteindelijke oorsprong van wat verder bestaat. Daarvan kan er maar één zijn.

Stel, dat er namelijk twee eerste oorzaken van de wereld zouden zijn, dan zou de een dus de (in)directe oorzaak van de ander zijn, en dat kan niet, want de definitie zei nu juist dat een eerste oorzaak zelf niet is veroorzaakt. Een goed argument voor het bestaan van een eerste oorzaak is dus meteen ook een argument voor het unieke karakter ervan. Een eerste oorzaak is de eerste oorzaak.

Vervolgens laat een kosmologisch argument zien dat deze eerste oorzaak geen levenloos ding is, maar een mentaal bewust wezen, zeg maar gerust God.

Het is een persoonlijk iemand, en in werkelijkheid uiteraard niet ‘iets’, maar iemand, Die alles heeft voortgebracht. Dat is een eenvoudige, maar redelijke definitie van God. Als een of ander kosmologisch argument werkt, dan laat dat inderdaad zien dat het alleszins redelijk is om te geloven dat God bestaat.

In 2009 werd voorlopig voor het laatst Domino Day gehouden, een recordpoging om zoveel mogelijk dominosteentjes te laten omvallen met slechts één beginpunt. Het werden er dat jaar 4.491.863, het wereldrecord. Domino Day is een illustratie bij de minst geavanceerde vorm van een kosmologisch godsargument: elk steentje wordt door een ander omgeduwd – maar zonder iemand die de steentjes in beweging brengt, zal er niets gaan rollen.

Deels geparafraseerd uit: ‘En dus bestaat God, de beste argumenten’ door Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder (2020 Buijten & Schipperheijn Motief, 3de druk), p. 30-31

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

<span>%d</span> bloggers liken dit: