Deel 2/3 Tayammum – Substituut wassing

Welnu, deze substituut wassing komt voor in twee gevallen;
Gebrek aan water en je door vrees of letsel wordt overvallen.

Er zijn dus een aantal die de Tayammum kunnen verrichten;
Reiziger met gebrek aan zondigheid zonder wat aan te richten.

Ibnus-Sabīl die ziek is of daardoor gewoonweg thuis blijft;
En de aanwezige zonder reisplan met een goede gezondheid.

Degene die dus gezond en wel in zijn leefomgeving verblijft;
Deze wassing als hij vreest dat de tijd van het gebed verstrijkt.

Niet apart voor Ṣalāt al-Janāzah, Sunnah- en vrijdagsgebeden;
Behalve als dan het begrafenisgebed niet kan worden vermeden.


Uitleg dichtregels 119-123:

Bij het ontbreken van water:
(a) dat er niet genoeg water is algemeen (b) dat er niemand is die het water kan brengen naar de persoon die zelf fysiek niet in staat is om water te halen (c) dat als er geen middelen zijn om water te verkrijgen, bijvoorbeeld bij het ontbreken van een emmer bij een waterput of het ontbreken van een touw om de emmer te laten zakken of geen waterkraan, enz. (d) of dat er een kans bestaat dat de eerste Rak’ah van het verplichte gebed gemist zal worden – bij Waqt Ḍarūrī (het laatste moment en noodzakelijke moment van het bidden van het verplichte gebed.

Als iemand vreest voor letsel of schade:
(a) vrees voor zijn gezondheid, met de mogelijkheid dat men ziek wordt, zoals de Wuḍū en Ghusl verrichten in hele koude omstandigheden, of bij het uitblijven van herstel of heling van een wond of het herstellen van een ziekte, of juist bij het verergeren van een wond of ziekte (b) vrees voor vijandelijke legers, dieven of wilde dieren die de toegang tot het water verhinderen (c) als men is gehinderd door fysiek onvermogen, zoals ouderdom of ziekte (d) bij vrees voor dorst en uitdroging voor zichzelf en iemands zijn dieren (e) bij uitputting van iemand vermogen/geld, omdat het water veelte duur is of onbetaalbaar (f) als het overgrote deel van de lichaamsdelen voor de Wuḍū en Ghusl bedekt is met wonden en is zwaar om te wassen.

Er zijn drie soorten mensen die Tayammum kunnen verrichten, namelijk:

  1. De reiziger waarvan zijn reisdoel niets te maken heeft met zondigheid, maar een algemene reis. Dus geen reis met de intentie om te zondigen.
  2. De zieke, die ofwel ook op reis is of door ziek zijn thuis blijft of ergens verblijft.
  3. De thuisblijver – oftewel de aanwezige die gezond is.

Voor wat betreft “de reiziger” en “de zieke” geldt dezelfde regelgeving en “de thuisblijver” wijkt hier wat van af. De reiziger en de zieke mogen Tayammum verrichten voor zowel het verplichte gebed en het vrijwillige gebed apart van elkaar – Farḍ en Nawāfil gebeden.

De thuisblijver oftewel “de aanwezige” die gezond en wel is, zijn Tayammum is alleen geldig voor het Farḍ (verplichte) gebed en mag geen Tayammum verrichten voor het Nāfilah (vrijwillige) gebed. De aanwezige die gezond en wel is mag dan ook alleen Tayammum verrichten voor het verplichte gebed als de tijd van dat gebed voorbij lijkt te gaan. In de Mālikī wetsschool is op tijd bidden belangrijker dan het gebed uitstellen met de mogelijkheid om Wuḍū` te verrichten.

De aanwezige mag ook geen Tayammum verrichten voor het Jumu’ah gebed, want als hij op een later tijdstip toch water vindt, dan kan hij het gebed nog inhalen alvorens het verstrijken van de tijd van het Ẓuhr-gebed. De mensen die algemeen geen Jumu’ah kunnen bijwonen dienen ten alle tijden het Ẓuhr-gebed thuis te verrichten en het nakomen van deze verplichting is sterker dan het vrijdagsgebed bijwonen. Het bijwonen van de Jumu’ah is een Sunnah Mu’akkadah, maar verplicht als de persoon alle middelen ter beschikking heeft om aanwezig te zijn. Indien de thuisblijver (aanwezige) heel zeker weet dat hij geen water zal vinden, dan mag hij wel de Tayammum verrichten voor het Jumu’ah gebed.

Verder de aanwezige, mag ook geen Tayammum verrichten voor het Janāzah gebed, omdat dit een gemeenschappelijke verplichting is (Farḍ al-Kifāyah) en het volstaat dat één persoon van de gemeenschap deze taak op zich neemt. Maar mocht hij helemaal alleen zijn en zijn vriend of medebewoner komen te overlijden en zij wonen in een verlaten gebied waar geen anderen aanwezig zijn, dan is hij de aangewezen persoon om deze verplichting op zich te nemen. Maar als er bijvoorbeeld drie personen wonen in een verlaten gebied en één van hen komt te overlijden en één is in een staat van Janābah (rituele onreinheid na gemeenschap en orgasme) en de derde is ritueel rein, dan mag degene die ritueel rein is uitsluitend het Janāzah gebed uitvoeren voor de overledene.

De Essenties van Aanbidding, Zakariya Bosmans (Uitgeverij Boekscout, Soest, eerste druk © 2016). Reiniging van de edele ledematen, Tayammum – Substituut wassing, dichtregels 117-128, pp. 27-28.

Bestel hier jouw exemplaar: https://www.boekscout.nl/shop2/boek.php?bid=7147

Lees hier deel 1/3: https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=119802869572543&id=111345320418298

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: