Drie soorten kennis

Er zijn drie soorten kennis: – van Allāh, – met Allāh en – over Allāh.

Kennis over Allāh is de wetenschap over Gnosis “het kennen” (‘Ilm al-Ma’rifah) waar Hij bekend is bij Zijn Profeten en Awliyā’. Het kan niet worden verkregen met gewone middelen, maar is het resultaat van Goddelijke leiding en informatie.

Kennis van Allāh is de wetenschap over de Heilige Wetgeving (‘Ilm ash-Shari’ah) die Hij ons heeft opgelegd en verplicht heeft gesteld.

Kennis met Allāh is de wetenschap over de (mystieke) “stations” en het “pad” en de gradaties van de Awliyā’.

Gnosis “het kennen” is onbetrouwbaar zonder acceptatie van de Heilige Wetgeving en de Heilige Wetgeving wordt niet correct toegepast tenzij de (mystieke) “stations” (Maqāmāt) zich manifesteren.

Het is veel makkelijker voor een mens om over vuur te lopen, dan de weg van kennis te volgen. Een onwetend hart zal duizend keer gemakkelijker de brug (Ṣirāṭ) oversteken dan een enkel stukje kennis te leren. Een zondaar zet liever zijn tent op in de Hel dan één onderdeel van kennis in praktijk te brengen. Derhalve moet je kennis leren en daarin de perfectie zoeken. De perfectie van menselijke kennis is onwetendheid in Goddelijke kennis. Je moet genoeg weten om te weten dat je het niet weet. Dat wil zeggen, menselijke kennis is alleen mogelijk voor de mens, en mensheid is de grootste barrière die hem scheidt van goddelijkheid.

‘Alī b. ‘Uthmān al-Jullābī al-Hujwīrī, Kashf al-Maḥjūb (The Revelation of the Veiled), pp. 16-18.

Het (mystieke) station (Maqām)

Het station is “de goede manieren” die de dienaar van Allāh zich realiseert nadat hij het is binnengegaan. Hij kan het bereiken door middel van zijn eigen acties en door te voldoen aan de vereisten van (gezamenlijke) inspanning en zelfopgelegde kritiek met reflectie in het aanbidden van Allāh. Het station van een persoon geeft aan waar hij op dat moment staat qua spirituele ontwikkeling ofwel geeft dit zijn niveau aan van zelfdiscipline die hij oefent om het te verkrijgen. Een voorwaarde voor het station is dat je niet van het ene station naar het volgende kunt gaan tenzij je aan de vereisten van het eerste hebt voldaan. Bijvoorbeeld, als je het station van tevredenheid/zekerheid/overtuiging (Qanā’ah) niet beheerst, kun je het station van het ware vertrouwen in Allāh (Tawakkul) niet bereiken; als je het vertrouwen in Allāh niet beheerst, kun je het station van ware onderwerping (aan de Goddelijke Wil) niet bereiken. Evenzo, degene die het station van berouw (Tawbah) niet beheerst,(*) zal het station van terugkeren naar Allāh in berouw niet verkrijgen (Inābah).

Abū al-Qāsim al-Qushayri, Al-Qushayri’s Epistle on Sufism – ar-Risālah al-Qushayriyyah fī ‘ilm at-Taṣawwuf, pp. 77.

(*) D.w.z. de condities van berouw: spijt, de zonde verlaten, de intentie aannemen om de zonde niet meer te herhalen en het goedmaken of de schade herstellen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s