De toelaatbaarheid van luide Dhikr en in groepsvorm

Afbeeldingsresultaat voor Tijaniyya dhikr

Regelmatig rijst de discussie of de Dhikr wel of niet luid en in groepsvorm gedaan mag worden. Hierbij wordt steeds maar een enkele Ḥadīth aangehaald zoals: ‘De beste Dhikr is de stille vorm’ terug te lezen in de collecties van Aḥmad en anderen. Dit getuigt van een beperking en inzicht van de zogenaamde weerlegger. Een grootmeester zoals Imām Jalāl ad-Dīn as-Suyūṭī – met meer dan 500 boeken op zijn naam over uiteenlopende islamitische disciplines, die honderden Fatāwā heeft geschreven, zo’n 200.000 aḥādīth had gememoriseerd, een meester in Qur’ān-wetenschappen, met als titel Mujtahid Muṭlaq en Mujaddid van zijn tijd en qua Taawwuf behorende tot de Shādhilī Ṭarīqah – heeft 25 aḥādīth verzameld in zijn werk genaamd Natījatu al-Fikr fī al-Jahri bil-Dhikr (Het resultaat van beschouwing over luide Dhikr). Hij zegt in zijn introductie:

‘Alle Lof en dank behoort toe aan Allah, en dit is voldoende. Zegenbeden en vredeswensen op Zijn uitgekozen dienaren. Jullie hebben gevraagd – moge Allah jullie eren – omtrent het gebruik van de Soefigeleerden die cirkels hebben opgericht met Dhikr als doel en het luid oplezen hiervan in de moskeeën waarbij stemmen verheven worden met de Tahlīl (zeggende: Lā ilāha illā-llāh). Jullie vragen of dit afkeurenswaardig (Makrūh) is of niet? Er is helemaal niets afkeurenswaardig in dit alles. Sterker, vele aḥādīth impliceren dat luide Dhikr wenselijk en aanbevolen is (Mustaabb), terwijl andere aḥādīth impliceren dat stille Dhikr wenselijk en aanbevolen is. De twee uitspraken worden verzoend vanwege het feit dat de wenselijkheid varieert in overeenstemming met verschillende omstandigheden en individuen. Dit is hoe Imām an-Nawawī op gelijke wijze de aḥādīth verzoende die de voorkeur gaven aan het luid reciteren van de Qur’ān en die wat de voorkeur gaven aan het stil reciteren.’ [1]

Ik zal nu slechts een aantal aḥādīth vermelden uit het werk van Imām as-Suyūṭī die zowel expliciet als impliciet bewijzen volgens hem dat luide Dhikr en in groepsvorm is toegestaan:

وَعَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ، أنََّ رَسُولَ اللَّـهِ ﷺ قَالَ: يَقُولُ اللَّـهُ تَعَالَى: أَنَا عِنْدَ ظَنِّ عَبْدِي بِي، وَأَنَا مَعَهُ إِذَا ذَكَرَنِي، فَإِنْ ذَكَرَنِي فِي نَفْسِهِ، ذَكَرْتُهُ فِي نَفْسِي، وَإِنْ ذَكَرَنِي فِي مَلَإٍ، ذكَرْتُهُ فِي مَلَإٍ خَيْرٍ مْنْهُمْ.

                Overgeleverd door Abu Hurayrah dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Allah, de Verhevene zegt: ‘Ik ben voor Mijn dienaar zoals hij over Mij denkt/zoals hij Mij voorstelt. Ik ben met hem wanneer hij Mij gedenkt, en wanneer hij Mij in zichzelf gedenkt, dan gedenk Ik hem in Mijzelf. Wanneer hij Mij in een gezelschap gedenkt, dan gedenk ik Hem in een beter gezelschap.’ [2]

قَالَ جَابِرُ بْنُ عَبْدِ اللَّـهِ: خَرَجَ عَلَيْنَا رَسُولُ اللَّـهِ ﷺ فَقَالَ:  يَا أَيُّهَا النَّاسُ إِنَّ اللَّـهَ سَرَايَا مِنَ الْمَلائِكَةِ تَحِلُّ وَتَقِفُ عَلَى مَجَالِسِ الذِّكْرِ فِي الأَرْضِ فَارْتَعُوا فِي رِيَاضِ الْجَنَّةِ ” . قَالُوا: وَأَيْنَ رِيَاضُ الْجَنَّةِ يَا رَسُولَ اللَّـهِ؟ قَالَ: ” مَجَالِسُ الذِّكْرِ فَاغْدُوا وَرُوحُوا فِي ذِكْرِ

                Overgeleverd door Jābir dat de Profeet ﷺ naar ons kwam en zei: ‘O mensen. Allah, de Almachtige heeft troepen engelen die neerdalen en bijeenkomsten van Dhikr bijwonen. Dus graas in de tuinen van het Paradijs!’ Zij vroegen: ‘Waar zijn de tuinen van het Paradijs?’ Hij ﷺ antwoorde: ‘De bijeenkomsten van Dhikr. Dus neem deel aan het herinneren (van Allah).’ [3]

وَعَنْ أَبِي هُرَيْرَةَ وَعَنْ أَبِي سَعِيد الْخُدْرِي: قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ :  لَا يَقْعُدُ قَومٌ يَذْكُرُونَ اللهَ إِلاَّ حَفَّتْهُمُ الْمَلائِكَةُ وغَشِيَتْهُمُ الرَّحْمَةُ وَنَزَلَتْ عَلَيْهِمْ السَّكِينَةُ؛ وَذَكَرَهُمُ اللهُ فِيمَنْ عِنْدَهُ

                Overgeleverd door Abu Hurayrah en Abū Sa’īd al-Khudrī dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Er komt geen gezelschap bij elkaar om Allah te gedenken, behalve dat zij worden omringd door engelen. Zij worden bedekt met genade en er daalt een serene rust over hen neder. En Allah noemt hen onder degenen die bij Hem zijn.’ [4]

In het werk van Imām Jalāl ad-Dīn as-Suyūṭī wordt aangegeven dat Dhikr in ‘groepsvorm’ alleen gedaan kan worden als het luid is. [5]

عَنْ جَابِر بْنَ عَبْدِ اللهِ أَنْ رَجُلًا كَانَ يَرْفَعُ صَوْتهُ بِالذِّكْرِ، فَقَالَ رَجُلٌ: لَوْ أَنَّ هَذَا خَفَضَ مِنْ صَوْتِهِ، فَقَال رَسُولُ اللهِ ﷺ: دَعْهُ فَإِنَّهُ أَوَاه

                Overgeleverd door Jābir ibn ‘Abd Allah: ‘Er was een man die zijn stem verhief tijdens het gedenken van Allah, waarop iemand zei: ‘Al was het dat deze man zijn stem verlaagde!’ De Boodschapper van Allah ﷺ zei vervolgens: ‘Laat hem, want hij maakt meeslepende uitroepen (fa-innahu awwāh).’ [6]

عَنْ شَدَّادِ بْنِ أَوْسِ قَالَ: إنَّا لِعِنْدِ النَّبِيِّ ﷺ إِذَ قَالَ:” ارْفَعُوا أَيْدِيَكُمْ فَقُولُوا: لَا إِلَهَ إِلَّا اللهُ ” فَفَعَلْنَا، فَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: اللهم إِنَّكَ بَعَثتَنِي بِهَذِهِ الْكَلِمَة، وَأَمَرْتَنِي بَهَا، وَوَعَدْتَنِي عَلَيْهَا الْجَنَّة إِنَّكَ لَا تُخْلِفُ الْمِيعَاد، ثُمَّ قَالَ: أَبْشِرُوا فَإِنَّ اللهَ قَدْ غَفَرَ لَكُمْ

                Overgeleverd door Shaddād ibn Aws: ‘We waren in de aanwezigheid van de Boodschapper van Allah ﷺ  en opeens zei: ‘Hef jullie handen en zeg: Lā ilāha illā-llāh!’ We deden dit en de Boodschapper van Allah ﷺ  zei vervolgens: ‘O Allah onze Heer waarlijk, U heeft mij gezonden met dit gezegende woord (Kalimah) en mij de opdracht gegeven dit te zeggen (te uiten), en mij het Paradijs beloofd vanwege dit. Werkelijk,  U neemt nooit Uw belofte terug!’ Hij zei vervolgens: ‘Wees blij, Allah heeft jullie vergeven.’ [7]

فِي الزُّهْدِ، عَنْ ثَابِتٍ قَالَ: كَانَ سَلْمَانَ الْفَارِسِي في عِصَابَةِ يَذْكُرُونَ اللهَ، فَمَرَّ النَّبِيُّ ﷺ فَكَفُوا، فَقَالَ:  مَا كُنْتُمْ تَقُولُونَ؟ قُلْنَا: نَذْكُرُ اللهَ. قَالَ: إِنِّي رَأَيْتُ الرَّحْمَة تَنَزَّلَ عَلَيْكُمْ ؛ فَأَحْبِبْتُ أَنْ أُشَارِكَكُمْ فِيهَا، ثُمَّ قَالَ: الْحَمْدُ لِلِه الَّذِي جَعَلَ فِي أُمَّتِي مَنْ أُمِرْتَ أَنْ أَصْبَرَ نَفْسِي مَعَهُمْ

                In az-Zuhd overgeleverd door Thābit: ‘Salman al-Fārisī was met een groep mensen die bezig was met Dhikr van Allah en de Boodschapper van Allah ﷺ voorbij kwam en zij stopten. Hij vroeg hen: ‘Wat waren jullie aan het zeggen?’ Zij zeiden: ‘Wij deden Dhikr van Allah.’ Hij zei: ‘Ik zag genade op jullie neerdalen en zou graag willen deelnemen met jullie.’ En hij zei: ‘Alle Lof en Dank behoort to aan Allah Die zo’n mensen tot mijn Ummah laat behoren en mij beval om mezelf tevreden te houden met hen.’ [8]

عَنْ ابْنَ عَبَّاسٍ قَالَ: أَنَّ رَفْعَ الصَّوْتِ بِالذِّكْرِ حِينَ يَنْصَرِفُ النَّاسُ مِنَ المَكْتُوبَةِ كَانَ عَلَى عَهْدِ النَّبِيِّ ﷺ، وَقَالَ ابْنُ عَبَّاسٍ: كُنْتُ أَعْلَمُ إِذَا انْصَرَفُوا بِذَلِكَ إِذَا سَمِعْتُهُ

                Overgeleverd door Ibn ‘Abbas: ‘De mensen verhieven hun stemmen tijdens de Dhikr wanneer zij klaar waren met hun verplichte gebeden ten tijde van de Boodschapper van Allah ﷺ.’ Ibn ‘Abbas zei: ‘Bij het horen van dit (d.w.z. de Dhikr) wist ik dat zij net klaar waren met hun gebeden.’ [9]

Imām an-Nawawī zegt in zijn Sharḥ Ṣaḥīḥ Muslim over deze Ḥadīth: ‘Dit is het bewijs wat de eerdere generaties (Salaf) zeiden, namelijk dat het wenselijk en aanbevolen (Mustaabb) is de stem te verheffen tijdens de Takbīr en de Dhikr direct na de verplichte gebeden. Van de latere geleerden die ook verklaarden dat het aanbevolen is, is Ibn Ḥazm al-Ẓāhirī.’ [10]

عَنِ السَّائِبِ أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ قَالَ: جَاءَنِي جِبْرِيلَ فَقَالَ : مُرْ أَصْحَابَكَ يَرْفَعُوا أَصْوَاتُهُمْ بِالتَّكْبِيرِ

                Overgeleverd door as-Sā’ib dat de Boodschapper van Allah ﷺ zei: ‘Jibrīl (Engel Gabriël) kwam naar mij en zei: ‘Geef de opdracht aan jouw metgezellen dat ze hun stem verhogen wanneer ze zeggen: ‘Allahu Akbar!’ [11]

Als je naar de aḥādīth kijkt die zijn aangehaald en goed nadenkt, dan realiseer je vanuit dit collectieve bewijs dat er helemaal niets aanstootgevend is of wat dan ook in het opzeggen van luide Dhikr en in groepsvorm. Sterker, zij bevatten juist het bewijs dat het wenselijk en aanbevolen (Mustaabb) is danwel impliciet als expliciet.[12] En dit waren slechts 8 van de 25 aḥādīth die ik heb aangehaald.

Voor wat betreft het weerleggen van de luide Dhikr met de volgende Ḥadīth als bewijs: ‘De beste Dhikr is de stille vorm’ [13] is zoals argumenten hebben tegen aḥādīth over de luide recitatie van de Qur’ān met de volgende Ḥadīth als bewijs: ‘Degene die de Qur’ān reciteert in stilte is zoals iemand die Ṣadaqah geeft in stilte’. [14]

Imām an-Nawawī verzoend het bovenstaande en zegt dat stille Dhikr beter is wanneer er vrees is voor Riyā` (uiterlijke vertoon, pronken), of wanneer het iemand stoort in zijn gebeden of voor degene die slaapt. Terwijl luide Dhikr goed is in alle andere gevallen, omdat het meer inspanning vraagt, er voordelen zijn voor de luisteraars, het maakt het hart van degene die reciteert wakker, de energie zet zich om in reflectie, zijn gehoor is meer gefocust op de woorden, het verbant de slaperigheid, het geeft meer energie. [15] In de vertaling van het werk van Imām Jalāl ad-Dīn as-Suyūṭī in Appendix II [16] staat nog een onderwerp gewijd aan Fatāwā door Ḥanafī-geleerden over de toelaatbaarheid van luide Dhikr en zal ik in deze inleiding verder niet behandelen. Ik vind persoonlijk de bewijsvoering van de geleerden zoals Imām as-Suyūṭī en Imām an-Nawawī meer als voldoende.

Zakariya Bosmans, De ziel en de maan, een traktaat op het pad van de zoeker, (Inleiding auteur, De toelaatbaarheid van luide Dhikr en in groepsvorm) 2019 – nog niet uitgegeven.

Voetnoten:

[1] The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, Translated by Sajeda Maryam Poswal (Amal Press, Bristol England 2008) page 20.

[2] Al-Bukhārī, Muslim, at-Tirmidhī, Ibn Mājah, Aḥmad en anderen. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 21.

[3] Al-Ḥākim in zijn Mustadrak met een authentieke keten (Ṣaḥīḥ al-Isnād), maar adh-Dhahabī vermelde dat een van zijn overleveraars zwak is. Al-Mundhirī verklaard deze als goed (Ḥasan). Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 21.

[4] Muslim, Ibn Mājah, Aḥmad en anderen. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 22.

[5] Ibid (page 21).

[6] Al-Ḥākim. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 26.

[7] Aḥmad, at-Tabarānī in al-Kabīr, al-Bazzār en anderen. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 26.

[8] Al-Ḥākim. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 27.

[9] Al-Bukhārī, Muslim, Aḥmad, Ibn Khuzayma, ‘Abd ar-Razzāq. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 28.

[10] The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, see note 28, page 71.

[11] Aḥmad, Abū Dāwūd, at-Tirmidhī (verklaarden het Ṣaḥīḥ), an-Nasā`ī en Ibn Mājah. Muwaṭṭa` en anderen. Niemand van hen vermeldde Takbīr, maar Tahlīl en Talbiya. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 28.

[12] The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 31.

[13] Aḥmad, Abū Ya’lā en anderen. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 31.

[14] Ibid.

[15] An-Nawawī in zijn Adhkār, Fatāwā en Sharḥ Ṣaḥīḥ Muslim. Zie ook: The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, page 31.

[16] The Remembrance of God, Jalal al-Din al-Suyuti, Appendix II, Ḥanafī Fatwas on loud Dhikr in the Mosque, pages 45-52.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s