De relatie tussen student en docent

533

De relatie tussen student en docent is een hele belangrijke verbinding met veel Barakah (zegeningen). Het bestaat uit een vraag en aanbod. De docent heeft een specifiek curriculum afgelegd en heeft daarom iets nuttigs te bieden aan de Ummah (gemeenschap). De student daarentegen heeft een vraag, die bijzondere honger naar kennis en zoekt een connectie met een docent om te kunnen groeien. Het nemen van kennis of alleen al het zitten bij een docent brengt veel Barakah met zich mee, omdat het doel ‘dichter bij Allah komen’ is middels traditionele overdracht. Ik vergeet nooit toen Shaykh Rami Nsour (moge Allah tevreden zijn met zijn inspanningen) tijdens een live-sessie in zijn Mālikī Fiqh-les eens een verhaal aanhaalde. In zijn studietijd had hij al diverse belangrijke Fiqh-boeken bestudeerd bij zijn docenten en had de wens een specifiek Fiqh-boek bestuderen, maar was van zeer gevorderd niveau (ik meende dat hij zei het boek: Mudawwana al-Kubrā van Saḥnūn – een zeer gevorderd compendium over Mālikī Fiqh). Hij bleef meermaals in dit boek lezen zonder docent en probeerde het op eigen houtje te begrijpen, maar tevergeefs – het lukte hem niet om ook maar één woord in de context te begrijpen. Na een tijd brak het moment aan dat hij dat specifieke boek ging bestuderen met zijn Shaykh. Toen hij tegenover zijn Shaykh ging zitten (knie aan knie) zei hij nog tegen de Shaykh dat hij tot nu toe nog helemaal niets had begrepen uit zijn eerdere pogingen om te lezen. Zijn Shaykh zei vervolgens tegen hem: “Begin maar met het lezen van het eerste hoofdstuk…” Rami Nsour begon met het lezen naar zijn Shaykh en tot zijn verbazing begreep hij direct elk woord wat hij las in dat werk? Shaykh Rami Nsour zei nog tijdens die live-sessie, dat dit de Barakah is die vrijkomt zodra je zit met jouw docent, dit komt van Allah…

De basis voor het verwerven van kennis ligt bij het nemen van notities en het profiteren van de leraren, en voortdurend in het gezelschap zijn van de geleerden en het nemen van kennis uit de monden van mensen, en niet uit de diepten van boeken. Het eerste type student (d.w.z. de zoeker van kennis bij leraren) is zoals het nemen van informatie bij familieleden wanneer ze praten [en dit is het voorbeeld van iemand die een leraar neemt]; het tweede type student neemt van een boek dat levenloos is; dus hoe kunnen familiebanden dan mogelijk zijn? Er werd ook gezegd: “Degene die in zijn eentje kennis opdoet, zal alleen komen te staan” d.w.z. degene die zonder docent betrokken raakt bij het zoeken naar kennis, zal zonder kennis tevoorschijn komen. Kennis is een beroep en elk beroep heeft zijn deskundigen, daarom is het noodzakelijk om een bekwame leraar te hebben om te leren. (The Etiquette of Seeking Knowledge by Shaykh Bakr Aboo Zayd)

De Profeet ﷺ zei: “Deze wereld is vervloekt net zoals alles erin, behalve het gedenken van Allāh (Dhikr), waar Hij van houdt (goede daden, etc.) en een geleerde of een student .” (al-Tirmidhī, Ḥasan Gharīb)

Het pad naar kennis is lang en het is een levenslang project. De zoeker van kennis zal ernaar blijven zoeken totdat hij Allāh ontmoet.

Overgeleverd door Abū Sa’īd al-Khudrī (moge Allah tevreden met hem zijn) dat de Profeet ﷺ zei: “De gelovige zal nooit genoeg hebben om naar goede dingen te luisteren (op zoek naar kennis) totdat hij het paradijs bereikt.” (al-Tirmidhī, Ḥasan Gharīb)

Ik heb in het verleden eens een lezing gegeven over 10 belangrijke basiselementen voor een Ṭalab ul-‘Ilm (student van kennis) en samengevat in een gedichtje om niet te vergeten.

Ṭalab ul-‘Ilm brengt tien zaken met zich mee;‎

Examinatie en Memorisatie zijn er al twee.‎

Vergaren is het zaaien in de eerste instantie;‎

En vormen bij dezen een belangrijke alliantie.‎

De derde is nu het oogsten middels prestatie;‎

Intentie is de ware vrucht van deze sensatie.‎

Excellent gedrag en kennis middels overdracht.‎

Met docent, nadien wat taalkundige aandacht.‎

‎’Aqīdah zonder poespas een belangrijk aspect;‎

Fiqh en Iḥsān, gelijk op in dit bijzonder traject.‎

Welnu, tien regels bij het opdoen van Kennis;‎

Ter memorisatie tegen verdraaiing of schennis.‎

Hierbij een beknopte uitleg van mijn gedicht wa khair in sha Allah:

De Profeet ﷺ zei: “Het zoeken naar de religieuze kennis (Ṭalab ul-‘Ilm) is een verplichting voor elke moslim. (al-Bayhaqiyy)

Ṭalab ul-‘Ilm = opzoek naar/opdoen van kennis is een belangrijk element van instructie die wij nodig hebben. Dit gaat middels een instituut of middels een docent als gevolg van een eerdere instructie, een product van instructie. Dit is een leersysteem om de mens uit de staat van onwetendheid te brengen. Het is daarom belangrijk om eens stil te staan bij de allereerste verzen en woorden van Allah die zijn geopenbaard aan de Profeet ﷺ.

[1] Lees (voor)! In de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen. [2] Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp. [3] Lees (voor)! En jouw Heer is de Meest Edele. [4] Degene Die onderwezen heeft met de Pen. [5] Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist. (Sūrah al-‘Alaq – de bloedklonter  96:1-5)

Deze eerste Verzen van de Qur’ān omvatten meer dan alleen de instructie om te lezen en dit kunnen we nader bekijken door de vraag te stellen: “Hoe”? Hoe moet men lezen? Hoe heeft Allāh de mens gecreëerd? Hoe heeft Allāh de mens onderwezen? Uiteindelijk zou je ook kunnen vragen: Wat heeft Allāh de mens geleerd?

 Hoe moet men lezen?

In de naam van Allāh. Qa-ra-a (Iqra’): lezen. Door te lezen en te beginnen met in de naam van Allāh en met Allāh als doel en eindbestemming.

[1] Lees (voor)! In de naam van jouw Heer, Die heeft geschapen.

 Hoe heeft Allāh de mens gecreëerd?

Allāh heeft de mens geschapen uit een bloedklonter en verwijst enerzijds naar Zijn Alleenrecht en Macht over de gehele schepping en het Recht om aanbeden te worden. Anderzijds verwijst het naar de voortplanting, instandhouding van de mens. Het blijven doorgeven van kennis, generatie op generatie. Kha-la-qa: creëren/scheppen

[2] Hij heeft de mens geschapen van een bloedklomp.

Allāh heeft de mens gecreëerd om hem te aanbidden en wij dienen daarom te leren hoe wij Hem dienen te aanbidden. En dit heeft Hij ons geleerd, want Hij is al-Akram: meest Edele/meest Nobele.

[3] Lees (voor)! En jouw Heer is de Meest Edele.

 Hoe heeft Allāh de mens onderwezen?

‘Al-la-ma: iets onderwijzen, middels kennis opdoen, profeten, docenten en instituten.

Door het gebruik van de Pen, d.w.z. een gereedschap van instructie. Qalam: pen en alles wat hieruit is voortgekomen qua techniek, wetenschappen en middelen om te kunnen communiceren.

[4] Degene Die onderwezen heeft met de Pen.

 Wat heeft Allāh de mens geleerd?

Datgeen wat de mens niet wist. De mens is onwetend totdat hij iets leert of een instructie krijgt.

[5] Hij heeft de mens onderwezen wat hij niet wist.

Een andere wijze om kennis op te doen is algemene ervaring opdoen, maar heeft niet zozeer betrekking op Islamitische kennis. Bijvoorbeeld het stoten aan een steen, het maken van fouten, vallen en opstaan, etc.

De Profeet ﷺ heeft gezegd dat het opdoen van kennis een weg is naar het Paradijs, zeggende: “Degene die een pad volgt om kennis op te doen, Allah zal het pad naar het Paradijs voor hem vergemakkelijken.” (al-Bukhārī)

Dus er zijn 10 belangrijke zaken bij het opdoen van kennis:

[1] Examinatie

Dit houdt in: het afnemen van de eindtoets/examen, beproeven/testen, controleren, inspecteren, keuren, nagaan, overhoren, onderzoeken, ondervragen, etc.

De opgedane kennis dient geëxamineerd te worden door een docent om te waarborgen dat de student de lesstof heeft begrepen. Het doel is beheersing van de lesstof. Zonder beheersing van de lesstof is er geen opgedane kennis.

[2] Memorisatie

Memorisatie van de lesstof is belangrijk zodat men de opgedane kennis altijd bij zich draagt en bijvoorbeeld niet afhankelijk wordt van het steeds opzoeken in boeken.

Op gezag van Ibn ‘Abbās (moge Allah’s welbehagen zijn met hen beide) dat hij zei: “De Boodschapper van Allah ﷺ heeft gezegd: ‘Waarlijk, degene die in zijn binnenste (d.w.z. zijn hart) niets heeft (gememoriseerd) van de Qur’ān, is zoals een geruïneerd huis (d.w.z. een huis dat slecht is onderhouden – in een slechte staat)’” (al-Tirmidhī – ḥadīth Ḥasan Ṣaḥīḥ – genomen van Aḥmad en al-Dārimī die zei dat de keten Ṣaḥīḥ is)

Kennis opdoen is pas nuttig als het gememoriseerd en geïmplementeerd wordt. Er is geen kennis zonder memorisatie. Vandaar dat de geleerden ook zeggen:

“Man Ḥafiẓal-Mutūn Ḥāzal-Funūn”

“Voor degene die de teksten heeft gememoriseerd, wint hiermee de vaardigheden of technieken van kennis.”

Mutūn: boeken, teksten en gedichten van kennis

Funūn: vaardigheden of technieken van kennis

Je zou ook kunnen zeggen:

“Degene die de teksten heeft gememoriseerd, wordt een deskundige of specialist van deze kennis.”

[3] Prestatie

Het presteren door het naleven/implementeren van de opgedane kennis. Het nastreven van hetgeen jij hebt geleerd, bestudeerd en gememoriseerd.

[4] Intentie

De werkelijke zoetheid van deze sensatie (opdoen van kennis) is een belangrijke vrucht en eigenlijk het werkelijke startpunt. Dit is de juiste en zuivere/pure intentie aannemen bij het kennis vergaren. Je dient jezelf de vraag te stellen: “Waarom ga ik kennis opdoen? Voor wie?” Je neemt de intentie aan om de tevredenheid van Allah te willen bereiken en niet voor enig wereldse doelen.

[5] Excellent gedrag

De student is in het bezit van een excellent gedrag met goede Adab (normen en waarden) ten opzichte van zichzelf, zijn omgeving, zijn docenten en medestudenten. Correcte en goede spraak op de tong, het verlaten van zonden, het naleven van de Islamitische leefregels. Maar ook het op tijd in de les verschijnen, huiswerk maken en je nederig opstellen. Een ander belangrijk element is het verlaten van onnozele discussies en polemieken met de achtelozen over diverse Islamitische onderwerpen, waarvan jijzelf of anderen geen tot weinig kennis van heeft. Ken je plek!! Excellent gedrag leert men middels lessen over zielszuivering (Iḥsān) en kun je vertalen als uitmuntend en excellent gedrag waarbij je karakter wordt gevormd en getraind.

[6] Kennisoverdracht met docent

Kennisoverdracht gebeurt ten allen tijden met een docent die de materie beheerst en dezelfde weg heeft bewandeld als een student van kennis. De docent z’n opgedane kennis en kwaliteiten moeten bekend (en erkend) zijn in de gemeenschap. De relatie tussen docent en student zorgt ervoor dat vele Masā’il (vragen, voorbeelden en kwesties) bespreekbaar zijn en de lesstof dieper begrepen wordt. Ook zullen er eventuele (typ)fouten in teksten door de docent worden opgemerkt en gecorrigeerd, of onduidelijkheden of moeilijke terminologie duidelijk verklaard worden. De meeste Islamitische teksten worden overgedragen middels een docent die in het bezit is van een Ijāzah (getuigenschrift/toestemming van zijn docent) en Sanad (keten van overlevering die teruggaat naar de auteur van het betreffende werk en/of terug gaat naar de Profeet ﷺ).

[7] Wat taalkundige aandacht

Dit verwijst naar de Arabische taal en is een belangrijk gereedschap om Islamitische teksten, de Qur’ān en Sunnah te kunnen begrijpen. Een onmisbaar element in het traject van kennis opdoen. De Arabische taal is de taal waarin de Qur’ān is geopenbaard en de taal waarmee de Sunnah ons heeft bereikt.

[8] ‘Aqīdah [9] Fiqh [10] Iḥsān

Dit zijn de drie meest belangrijke vakken om te bestuderen met een docent, naar aanleiding van de welbekende Ḥadīth Jibrīl dat de Profeet ﷺ zei: “…dat het was Jibrīl die naar jullie toe kwam om jullie de religie te leren.” Waarbij drie pilaren worden behandeld: Islām, Īmān en Iḥsān. Deze Ḥadīth wordt ook wel genoemd: Umm al-Aḥādīth (de moeder/matrix van alle hadiths). Op basis van deze Ḥadīth hebben de ‘Ulamā` (geleerden) geconcludeerd dat de Dīn (religie) is opgebouwd uit drie pilaren.

[1] Islām heeft betrekking op de Islamitische jurisprudentie (Fiqh). Dit is wat de zeven ledematen reguleert en waar Allah ons verantwoordelijk voor heeft gemaakt, namelijk: de ogen, oren, tong, buik, geslachtsdeel, handen en de voeten. Alle acties, handelingen en daden van een moslim worden uitgevoerd aan de hand van de geboden en verboden uit de Islamitische wetgeving (Sharī’ah), die weer geplaatst kunnen worden in de vijf wetsbepalingen: Farḍ/Wājib (verplicht), Mandūb/Sunnah/Mustahhab (aanbevolen), Makrūh (afkeurenswaardig), Ḥarām (verboden) en Ḥalāl/Mubāḥ (toegestaan).

[2] Īmān heeft betrekking op Islamitische geloofsleer (‘Aqīdah) en hetgeen waar onze harten in dienen te geloven. Geloof in Allah en Zijn Sublieme Eigenschappen en Attributen, geloof in de Engelen, geloof in de geopenbaarde Boeken en Geschriften, geloof in de Profeten en Boodschappers, geloof in de Dag des Oordeels en het geloof in de voorbeschikking (van het lot).

[3] Iḥsān heeft betrekking op de excellentie van daden en het waakzame bewustzijn (Taṣawwuf). Het waakzame bewustzijn van Allah onderhouden in alles wat je doet (Murāqabah) na het getuigen van hem (Mushāhadah) wordt verkregen middels spirituele discipline. Het is een spiritueel onderhoudsplan om alle daden puur te houden omwille van Allah.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s