Taṣawwuf Artikel 2: Het ontstaan van Taṣawwuf en de Tarīqah’s

In de naam van Allāh, de Erbarmer, de Meest Barmhartige. Alle lof komt uitsluitend toe aan Allāh de Verhevene, Die eveneens in de Koran zegt: “Alle Lof behoort toe aan Allāh, Die aan Zijn dienaar het Boek (al-Qur’ān) heeft neergezonden en daarin geen afwijking heeft aangebracht.” O Allāh, zend zegenbeden aan de profeet Mohammed, zijn echtgenotes – de moeders der gelovigen, zijn nakomelingen, en zijn familieleden, zoals U zegenbeden hebt gezonden aan de familieleden van Abraham, want U bent waarlijk de Prijzenswaardige, de Majestueuze. O onze Heer, accepteer (deze daad) van ons. Waarlijk, U bent de Alhorende, de Alwetende.

De groep vrome moslims vlak voor de tweede eeuw Hijrah tijdens de periode van Tābi’ū at-Tābi’īn (de volgers van de opvolgers) die zich later onderscheidden en kenmerkten als Zuhhād (asceten) en ‘Ubbād (aanbidders) werden beter bekend als de mensen van Taṣawwuf  – puur gekeken naar de verschillende taalkundige en conventionele betekenissen van die definitie die reeds zijn besproken. Zij volgden de Koran en de Sunnah zeer nauwkeurig en waren na de Ṣaḥābah en de Tābi’īn degenen die elke ademhaling (en beweging) het meest zorgvuldig met de bevelen van Allah afstemden. Zij beschermden hun harten tegen de aanvallen van vergeetachtigheid en nalatigheid. Er was toen nog geen sprake van enige Ṭarīqah’s, maar deze fase was wel het startpunt van het zogenaamde Soefisme. Deze periode kunnen we ook wel de pre-Ṭarīqah periode noemen.

Deze periode vlak voor de tweede eeuw Hijrah komt overeen met de achtste begin negende eeuw christelijke jaartelling. De periode daarvoor was de meest pure vorm van spirituele beleving en aanbidding van Allah. De Ṣaḥābah hadden directe en persoonlijke spirituele begeleiding van de Profeet – moge Allah hem zegenen en groeten – en het was een eenvoudige zaak hem te volgen, gebaseerd op hun uitspraak “Sami’nā wa Aṭa’nā” (wij luisteren en wij gehoorzamen) zoals Allah in de Koran zegt:

“De woorden van de gelovigen – wanneer zij uitgenodigd worden naar Allah en Zijn boodschapper om tussen hen te oordelen – zeggen zij slechts: “Wij luisteren en wij gehoorzamen.” En zij zijn degenen die succesvol zijn.” (Sūrah an-Nūr 24:51)

De Ṣaḥābah gaven vervolgens deze pure vorm door aan de Tābi’īn en ook voor hen was het een eenvoudige en natuurlijke zaak dit te volgen. Daarna zwakte deze pure vorm steeds meer af, er ontstond politieke onrust in de Ummah en de liefde voor het wereldse nam toe. De toewijding in z’n pure vorm zoals in eerste generaties werd meer een individuele vorm onder de Zuhhād (asceten) en ‘Ubbād (aanbidders).

Laten we eens de tijdlijn bekijken om wat overzicht te krijgen:

  • De komst van de Islam en de tijd van de Ṣaḥābah (metgezellen) heeft zich afgespeeld tussen 610 CE tot ongeveer 660 CE.
  • De periode van de Tābi’ūn (opvolgers) zo tussen 660 CE en 760 CE.
  • De periode van de Tābi’ū at-Tābi’īn (de volgers van de opvolgers) zo tussen 760 CE en 870 CE.
  • De pre-Ṭarīqah periode en het startpunt van het Soefisme/Taṣawwuf begon ergens rond het jaar 720 CE, nog voor de periode van de Tābi’ū at-Tābi’ī
  • De algehele periode van de Salaf as-Ṣāliḥ (de vrome voorgangers) heeft geduurd tot ongeveer 900 CE.

We kunnen dus stellen dat het concept Taṣawwuf/Soefisme wel zeker bekend was in de periode van de Salaf. Hier is geen twijfel over. Dit was al bekend onder de Tābi’ū at-Tābi’īn (de volgers van de opvolgers). De eerste en bekendste onder de Zuhhād (asceten) en ‘Ubbād (aanbidders), de grondlegger van spirituele training en discipline, was Ḥasan al-Baṣrī geboren in Medina (gest. 109 H/728 CE). Hij behoorde tot de derde generatie moslims dat aansluit in de periode van de Tābi’ūn (opvolgers). Hoewel er geen eigen geschriften van Ḥasan al-Baṣrī over Taṣawwuf hebben overleefd, wordt wel erkend dat verschillende generaties studenten zijn geïnstrueerd door deze geleerde zowel in religieuze wetenschappen en ‘datgene wat bekend staat’ als Soefisme. Geleerden hebben opgemerkt dat hij zijn leringen voornamelijk mondeling heeft doorgegeven. Van de fragmenten die er zijn – uit zijn preken – en terug te lezen zijn in latere islamitische werken, wordt duidelijk dat hij een aantal belangrijke aspecten in zijn leven had, en dat was voornamelijk zijn sterke steun voor het ascetisme en de kwaliteiten van Taṣawwuf. Ondanks dat hij is geboren na het overlijden van de Profeet – moge Allah hem zegenen en groeten – is hij praktisch opgegroeid in het huishouden van de Profeet. De moeder van Ḥasan al-Baṣrī was namelijk een voormalige dienstdame van Umm Salamah, een van de vrouwen van de Profeet – moge Allah hem zegenen en groeten. Zijn kindheid heeft hij doorgebracht met zijn moeder – zij als dienstdame – bij Umm Salamah – moge Allah tevreden zijn met haar – en bleef zo ook in contact met de andere weduwen van de Profeet en hun excellente gedragsnormen. Sinds Medina nog steeds vol zat met Ṣaḥābah (metgezellen) van de Profeet, had hij de gouden kans om te leren over de Islam direct van deze grote studenten en metgezellen, inclusief mensen zoals ‘Uthmān ibn ‘Affān, ‘Abdullah ibn ‘Umar en ‘Ali ibn Abī Ṭālib – moge Allah tevreden zijn met hun. De persoonlijkheden en welbespraaktheid van deze grootheden hebben een bijzondere indruk achtergelaten op zijn karakter. Toen hij de leeftijd van veertien jaar bereikte verhuisde zijn familie naar Baṣrā in het oude Irak, vandaar zijn naam al-Baṣrī.

[bron: persoonlijke research/aantekeningen (algemene basiskennis) en uit het werk van Prof. Mahmoud Esma’il Sieny,  Heroes of Islam (Darussalam, Riyadh First Edition 2000)]

De dag van vandaag wordt het concept Taṣawwuf en de Tarīqah’s door velen in twijfel getrokken en is naast het onderwerp ‘Aqīdah het meest discutabele onderwerp. Enerzijds is het pad van de Soefie altijd wel een zeldzaamheid geweest in elk tijdperk. Slechts weinigen hadden het uithoudingsvermogen om de spirituele training (Tarbiyyah) van hun Shaykh en zijn onderzoek naar hun acties te doorstaan.

Veel mensen vragen zich af waarom de oproep tot het Soefisme in het begin van de Islam onbekend was en waarom deze uitnodiging pas bekend werd na de generatie van de metgezellen en hun volgelingen. Als reactie daarop zeggen we: in de eerste generatie was er geen noodzaak voor. Door hun eigen karakter waren de mensen van die tijd al op het niveau van vroomheid en nauwgezetheid, meesters van geestelijke strengheid en scherpte om te aanbidden. Dit op basis van hun nabijheid en verbinding met de Boodschapper van Allah. Zij waren juist degenen die tegen elkaar racen in uitmuntend gedrag om het voorbeeld van de Profeet te volgen. Gedurende die tijd was er geen behoefte om een afzonderlijke wetenschap te vestigen om hen te leiden naar iets wat voor hun vanzelfsprekend was. De metgezellen en de opvolgers gebruikten niet de naam “Soefi’s”, zij waren de Soefi’s in werkelijkheid. En dan verwijs ik weer naar de verschillende taalkundige en conventionele betekenissen van die definitie die reeds zijn besproken in artikel 1.

Wat er wordt bedoeld met Taṣawwuf/Soefisme, is meer dan alleen een persoon die zijn leven leidt voor zijn Heer en niet zijn lagere ego. Hij houdt zich tegelijkertijd bezig met ascese (strenge en vrome levenswijze met onthouding van wereldse lusten) en richt zijn volledige aandacht op Allah met hart en ziel. Observeert alle andere vervolmaakte eigenschappen die de metgezellen en volgelingen bereikten door middel van spirituele verheffing, met het bereiken van de hoogste niveaus daarin.

Naarmate de tijd verstreek en verschillende naties en groepen de islam omarmden, breidde het gebied van religieuze kennis zich uit en werden verdeeld en verspreid onder de specialisten, waarbij elke groep zich specialiseerde in hun eigen tak van kennis of kunst en deze codificeerde. Nadat de grammatica in het begin als een afzonderlijke wetenschap was gecodificeerd, werd het gevolgd door jurisprudentie, toen geloof, vervolgens de wetenschap van de Ḥadīth, vervolgens de scholastieke theologie, daarna de exegese van de Koran, dan de logica, dan de wetenschap van Ḥadīth-nomenclatuur, dan de wetenschap van juridische theorie (uṣūl), dan erfenis, etc., etc.

Na deze periode begon de spirituele invloed beetje bij beetje af te nemen. De mensen begonnen de noodzaak te vergeten om oprecht naar Allah te keren met pure slaafse moed met zowel het hart als aspiratie. Een dergelijke situatie motiveerde de meesters van spirituele striktheid en ascetisme om ook actie te ondernemen op hun gebied, en codificeerde vervolgens de wetenschap van Taṣawwuf. Ze hebben zich niet ingespannen om de wetenschap te codificeren – zoals sommige oriëntalisten ten onrechte beweren – omdat ze de andere specialisten zagen die hun eigen respectieve onderwerpen codificeerden. Het was eerder een must om een tekortkoming te voorkomen en de behoeften van de religie in alle facetten van het leven te vervullen; een must om samen te werken voor vroomheid en rechtvaardigheid.

[deels geparafraseerd uit reeds genoemde bron: “Realities of Sufism” page 42-43]

De vroege imams van Taṣawwuf hebben de basis gelegd voor de Ṭarīqah’s, wat historisch wordt gerapporteerd door de betrouwbare notabelen. Wat betreft de geschiedenis van Taṣawwuf /Soefisme, dit wordt genoemd in een juridisch vonnis, beantwoord door de Imām en Ḥāfiẓ Sayyid Muḥammad Ṣiddīq al-Ghumāri (Marokkaanse prediker, jurist en theoloog. De Ghumāri familie stamt af van Ahl al-Bayt, 1910-1993). Hij werd gevraagd: “Wie stichtte de Soefie-Ṭarīqah’s en zijn ze [de Ṭarīqah’s] hemels geopenbaard?” Hij antwoorde:

“Wat betreft uw vraag met betrekking tot wie de eerste Soefie-Ṭarīqah stichtte, u moet weten dat algemeen gezien de spirituele orde (Ṭarīqah) hemels is geopenbaard zoals zaken die in de Mohammedaanse religie zijn geopenbaard. Dat ongetwijfeld het station van Iḥsān vertegenwoordigt en een van de drie pilaren van de religie is die de Profeet – moge Allah hem zegenen en groeten – heeft uitgelegd met zijn verklaring: “…dat was Jibrīl die naar jullie toe kwam om jullie de religie te leren.” En deze drie pilaren (stations) zijn: Islām, Īmān en Iḥsān.

Islām is gehoorzaamheid en aanbidding. Īmān is licht en doctrine. Iḥsān is het station van waakzaamheid en Goddelijke getuigenis (Murāqabah en Mushāhadah): “…dat je Allah aanbidt alsof je Hem ziet, en als je Hem niet ziet, dan weet dat Hij jou ziet.”

…Zoals deze welbekende Ḥadīth de drie pilaren van de religie aangeeft – wie dan ook wankelt in deze pilaar (die van Iḥsān) – wat de spirituele orde (Ṭarīqah) is – dan zijn religie is gebrekkig omdat hij een van zijn pilaren heeft verlaten. Het meeste dat gezegd kan worden met betrekking tot het spirituele pad, is dat het een aanwijzing is van het station van Iḥsān, nadat iemand zijn Islām en Īmān heeft gecorrigeerd.”

[bron: “Realities of Sufism” page 43-44 & al-Intiṣār Liṭ-Ṭarīq aṣ-Ṣūfiyyah p. 6]

Uit al deze aangehaalde teksten is het duidelijk dat Taṣawwuf/Soefisme geen verzonnen en nieuwe zaak is. Integendeel, het is afgeleid van het leven van de Boodschapper van Allah – moge Allah hem zegenen en groeten – en het leven van zijn metgezellen. De belangrijkste elementen van Ṭarīqah’s vinden hun oorsprong in de pre-Ṭarīqah periode, tussen de 8ste en 10de  eeuw. De opkomst van de Ṭarīqah was geen innovatie, maar een opeenvolging van voorgaande spirituele elementen of op zijn best gezegd een promotie van die elementen. De meeste vermeende grondleggers van Ṭarīqah’s speelden zelf geen substantiële rol in de vorming hiervan. Een meer belangrijke rol van de ‘oprichters’ was de kern van de identiteit van Ṭarīqah’s die later werden gevormd. De vroege Ṭarīqah’s werden niet door de ‘stichters’ in één keer gevormd, maar geleidelijk door Soefi’s die zichzelf identificeerden als hun opvolgers. Het proces was niet alleen de vorming van individuele Ṭarīqah’s, maar ook die van het concept Ṭarīqah zelf. Dus de identiteit die gehecht was aan de bestaande spirituele elementen, moet beschouwd worden als weer een andere ‘oorsprong’ van Ṭarīqah’s. In het volgende artikel zal ik dan ook ingaan op de Ṭarīqah’s, wa khayr in shā Allāh.

Moge Allah ons voorzien van het juiste inzicht en begrip, en ons beschermen tegen verdeeldheid in de Ummah. O Allāh, zend zegenbeden aan de profeet Mohammed, zijn echtgenotes – de moeders der gelovigen, zijn nakomelingen, en zijn familieleden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s